Wompy

SURFEN IN NEDERLAND

Surfwoordenboek

Alle surftermen van A tot Z uitgelegd in gewoon Nederlands: van aanlandig tot wipe-out.

Bijgewerkt op 21 augustus 2026

Surftaal is een mengsel van Engels, Nederlands en strandjargon. Dit woordenboek legt de 44 termen uit die je in de lineup, in forecasts en op deze site tegenkomt, kort en in gewoon Nederlands. Staat een term er niet in, dan staat de uitleg waarschijnlijk in een van de gidsen.

A

Aanlandig
Wind die van zee naar het strand waait (onshore). Maakt de golven rommelig. Zie surfen bij westenwind.
Aflandig
Wind die van het land naar zee waait (offshore). Strijkt de golven glad; de beste surfwind. Zie surfen bij oostenwind.

B

Beachbreak
Spot waar golven op zandbanken breken. Alle Nederlandse spots zijn beachbreaks; de banken verschuiven met elke storm.
Bottom turn
De eerste bocht onderaan de golf na de take-off, waarmee je snelheid omzet in richting.
Branding
De zone waar golven breken, tussen de buitenste bank en het strand. Daar doorheen peddelen heet uitpeddelen.

C

Clean
Golven met een glad oppervlak en duidelijke wanden, meestal bij weinig of aflandige wind. Het tegenovergestelde van choppy.
Closeout
Golf die over de hele breedte tegelijk breekt, zodat er geen wand is om over te surfen. Veel Nederlandse stormdagen zijn closeout-feesten.
Cutback
Bocht terug richting het brekende deel van de golf, om weer bij de kracht te komen.

D

Ding
Beschadiging in je board. Open dings laten water in het schuim; zie de gids surfboard repareren.
Doodtij
Periode rond halve maan waarin het verschil tussen hoog- en laagwater het kleinst is. Zie eb, vloed en surfen.
Drop-in
Een golf nemen waar iemand anders al rijdt of voorrang heeft. De grootste overtreding in de surf-etiquette.
Duckdive
Board en lijf onder een brekende golf door duwen tijdens het uitpeddelen. Werkt op shortboards; op grote boards gebruik je de turtle roll.

F

Flat
Geen golven. Een langere golfloze periode heet een flatspell; het moment voor een getijdencheck of een dagje niets.

G

Glassy
Spiegelglad water zonder wind, vaak vroeg in de ochtend. De mooiste versie van clean.
Groundswell
Swell die ver weg is ontstaan en onderweg ordening kreeg: lange periode, meer kracht. Zeldzaam maar goud op de Noordzee.

K

Kentering
Het moment rond hoog- of laagwater waarop de getijstroom even stilvalt voordat hij omkeert.

L

Leash
Het koord tussen je enkel en je board. Verplicht nummer in drukke lineups en je redding als je het board verliest.
Lineup
De plek achter de branding waar surfers wachten op de sets. Wie waar mag liggen regelt de etiquette.
Longboard
Board vanaf zo'n 9 voet, gemaakt voor glijden en lopen over het dek. Waar dat in Nederland het lekkerst gaat: longboard-golven.
Lull
Rustige tussenpauze tussen twee sets. Het moment om uit te peddelen.

M

Mui
Stroomgeul waardoor water terug naar zee loopt. Het belangrijkste Nederlandse strandgevaar; herkennen en ontsnappen staat in veilig surfen.

O

Offshore
Engelse term voor aflandige wind.
Onshore
Engelse term voor aanlandige wind.

P

Peak
Het hoogste punt van een golf waar hij het eerst breekt. Wie het dichtst bij de peak zit, heeft voorrang.
Periode
De tijd in seconden tussen twee golven. Hoe langer, hoe krachtiger en geordender de swell. Volledige uitleg in golfvoorspelling lezen.
Pop-up
De sprong van liggend naar staand op het board, in één vloeiende beweging. Dé techniek van je eerste lessen.

Q

Quiver
Iemands verzameling surfboards, elk voor andere condities.

R

Rail
De zijrand van het board, van nose tot tail. Rails sturen het board door het water.

S

Sectie
Deel van een golf dat als één stuk breekt. Een golf met meerdere secties vraagt om snelheid om ze te verbinden.
Set
Groepje grotere golven dat samen aankomt, met lulls ertussen. Setgolven zijn de klappers van de dag.
Shorebreak
Golven die vlak op het strand in ondiep water dumpen. Vervelend om te surfen, geliefd bij bodyboarders.
Shortboard
Kort, wendbaar board (grofweg onder de 7 voet) voor radicaler surfen. Vraagt kracht in de golf en ervaring van de surfer.
Sideshore
Wind evenwijdig aan de kust, zoals zuidwest op de Hollandse stranden. Zie surfen bij zuidwestenwind.
Softtop
Board met zachte toplaag, vergevingsgezind en veilig. De standaard bij surflessen en een prima eerste eigen board.
Springtij
Periode rond volle en nieuwe maan met het grootste verschil tussen hoog- en laagwater en de sterkste stroming.
Swell
Georganiseerde golfenergie die over zee reist voordat hij op de kust breekt. Hoogte, periode en richting samen bepalen de surfdag; zie golfvoorspelling lezen.

T

Take-off
Het moment waarop je de golf aanpeddelt en opstaat. De late take-off, steil en op het randje, is de spannende variant.
Turtle roll
Uitpeddel-techniek voor grote boards: je draait board en lijf ondersteboven onder de brekende golf door.

V

Volume
De inhoud van een board in liters; bepaalt drijfvermogen en peddelgemak. De boardfinder rekent jouw volume uit.

W

Wax
Antisliplaag die je op het dek smeert. Er bestaat koud- en warmwater-wax; voor de Noordzee koop je cold water.
Wetsuit
Neopreen pak dat een dun laagje water vasthoudt dat je lijf opwarmt. Welke dikte wanneer: wetsuit voor de Noordzee.
Windswell
Swell die ter plekke door de wind wordt gemaakt: korte periode, golven dicht op elkaar. Het standaardrecept van de Noordzee.
Wipe-out
Van je board geslagen worden door een golf. Hoort erbij; val plat en bescherm je hoofd met je armen.
Witwater
Het schuim van een gebroken golf (whitewash). De leeromgeving van elke beginner; zie de beginnersgids.
Woorden zijn leuk, golven zijn beter: op de voorspelling zie je hoe swell, periode en wind er vandaag bij liggen.

Veelgestelde vragen

Wat betekent aanlandig en aflandig?

Aanlandige wind (onshore) waait van zee naar het strand en maakt de golven rommelig; aflandige wind (offshore) waait van het land naar zee en strijkt ze glad. In Nederland is west aanlandig en oost aflandig.

Wat is een mui?

Een strook waar het water tussen de zandbanken door terugstroomt naar zee. Herkenbaar aan rustiger ogend, donkerder water met minder brekende golven. Kom je erin terecht, peddel dan opzij (evenwijdig aan het strand), nooit tegen de stroom in.

Wat is het verschil tussen groundswell en windswell?

Windswell is ter plekke door de wind gemaakt: korte, snelle golven dicht op elkaar. Groundswell is ver weg ontstaan en heeft onderweg ordening gekregen: langere tussenpozen en meer kracht. De Noordzee levert vooral windswell.

Benieuwd hoe het er nu bij ligt?